|
Het gebruik van het kampvuur Opbouwen: De meest gebruikelijke manier om een kampvuur te bouwen is het pagode-vuur. Hiervoor stapel je balken twee aan twee, kruisend op elkaar. Onderaan plaats je de dikste balken; hogerop worden ze dunner en korter. Het voordeel van eenn pagode-vuur is dat het lang kan branden zonder bijgestookt te worden. En de vlammen komen flink hoog, hierdoor heb je een grote lichtopbrengst. Bij toneel e.d. moet je er wel rekening mee houden dat je niet door of over de vlammen heen kunt kijken. Aansteken: Vaak zie je mensen kranten of aanmaakblokjes pakken om een vuur aan te steken. Papier brandt wel makkelijk (hoge vlammen en veel rook), maar het heeft een lage temperatuur. Hierdoor gaat het hout niet goed aan. Aanmaakblokjes zijn fool-proof, maar je zult ze in de natuur niet vinden en een echte scout kan het natuurlijk zonder. Voor het aansteken heb je een klein, droog stuk hout nodig, dunne takjes verzamelen of een balkje splijten en snippers uit het midden snijden. Dit doe je dan onderin de pyramide, lucifer erbij en je vuur begint. Wanneer je zorgt voor voldoende zuurstof en hout kom je een heel eind. Het pagode-vuur heeft weinig aandacht nodig, omdat tijdens het branden het hout in het vuur valt en het dus zichzelf onderhoudt. Uitmaken: Het is goed en gemakkelijk om het hout op te laten branden. Je houdt dan het minste afval over en kunt op de asresten prima de volgende keer vuur gaan stoken. Wanneer je wat zuiniger met het brandhout om moet gaan, rol je het vuur eerst uit elkaar. De dikke balken branden niet op, terwijl je wel van alle kleinere stukjes afkomt.
|